Posts tonen met het label energie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label energie. Alle posts tonen

zaterdag 23 januari 2016

Almeerse Wind

Almeerse Wind

Duurzaam, energieneutraal, afvalloos; Almere is hard bezig haar doelen als ‘Growing Green City’ te halen. Omdat we dat niet alleen kunnen, kijken we ook hoe anderen dit aanpakken en welke rol zij kunnen spelen. Dat doen we onder meer tijdens de ‘Groenstorm’ in het stadhuis, waarbij collega’s en partners meedenken en –praten over duurzame initiatieven.

De Groenstorm van 5 oktober ging over Almeerse Wind: initiatiefnemer John van Diepen is inwoner van de Filmwijk en wil zijn wijk energieneutraal maken. Onder andere door het plaatsen van windmolens. Van Diepen komt uit Kraggenburg (Noordoostpolder), waar ze al veel ervaring hebben met windturbines. Met de coöperatie Almeerse Wind wil hij twee turbines bouwen, die stroom gaan leveren voor 5.000 huishoudens.

Wat heb je nodig als je een windmolen wilt bouwen? Van Diepen: “Een locatie, grond, procedurele medewerking, kennis van windtechnologie en een juridische entiteit.” Voor de locatie heeft hij zijn oog laten vallen op twee bestaande windparken, die al in het programma Energie zijn opgenomen: Rodenburg en Kluutmolenweg. In beide parken staan nu tien windmolens, die in 2020 vervangen zullen worden door grotere turbines. “Als we daar een vergunning voor aanvragen, gaan ook de deuren naar risicodragend kapitaal open.”

2020

Op 17 februari 2015 werd de coöperatie lid van een overkoepelende organisatie van windenergie, zodat ze ook toegang kreeg tot de benodigde kennis. De samenwerking met de gemeente moet nog op papier gezet worden. “Het is een middel om Almere te verduurzamen. Het kost tijd om dit op poten te zetten; het moet in de hoofden van mensen komen. Daarom zijn we nu al begonnen, zodat we er in 2020 klaar voor zijn.”

Dorpsgevoel

Vanwege alle voorbereidingswerkzaamheden merkt Van Diepen dat hij ‘steeds groener gaat denken’. Waarom wind en geen zonne-energie? “Ik kan niet alles doen. Bovendien zijn er al 1.258 zonnepaneelleveranciers, ik wil niet nummer 1.259 worden. Ik heb nu al twee jaar een negatief inkomen, maar ik denk dat het lukt en ik vind het leuk. Het leidt tot heel veel contacten. In Almere zoek ik het dorpsgevoel dat ik ken van Kraggenburg. Dat kan niet met de stad of een stadsdeel, maar wel met de buurt.”

Burgeropwekvereniging

Je krijgt nu nog fiscaal voordeel voor zonnepanelen op eigen dak. Uit onderzoek blijkt echter dat als je alle daken in Almere met zonnepanelen bedekt, je minder dan 10% van de energiebehoefte in Almere kunt dekken. Om de energie voor één huishouden op te wekken, heb je twaalf panelen nodig. Dat komt neer op zo’n zes panelen per persoon. Eén windmolen levert stroom voor 6.000 personen. Waar moet je nu in investeren? “Doe wat je kunt; we hebben niet altijd zon en niet altijd wind, dus we hebben allebei nodig.”

In Nederland heeft een aantal mensen zelf al een stukje grond gehuurd en er een molen op gebouwd. Zij verkopen hun energie door. Deze ‘burgeropwekverenigingen’ hebben nu hun eigen handelshuis opgericht: de Duurzame Energie Unie. Almeerse Wind verkoopt een deel van die wind tot ze haar eigen molens heeft. De hele keten van opwekking tot levering is in eigen hand. Mensen die overstappen, kunnen lid worden van Almeerse Wind. Ze worden dan mede-eigenaar van de twee windmolens. Van Diepen: “We vragen onze leden straks wel of ze ons geld willen lenen tegen een aantrekkelijke rente. Ieder lid krijgt een stem in het bestuur, ongeacht de grootte van zijn mond of zijn portemonnee.”


Bernadet Timmer

dinsdag 15 december 2015

Gemeente zoekt duurzame investeerders





Gemeente zoekt duurzame investeerders


Almere wil een energieneutrale stad worden met een gezonde, ouder wordende populatie. Omdat we ook de huizen in het oudste deel van de stad, Almere Haven, moeten renoveren, is dit een uitstekende businesscase voor een duurzaam fonds.
Het probleem is dat we de renovatie financieren met toekomstige besparingen. Maar de olieprijs en de rente zijn laag. Hoe maken we hier op z’n minst een budgetneutraal project van? En hoe krijgen we onze partners geïnteresseerd?


Eugenio Leanza, werkzaam voor de Europese Investeringsbank, is hoofd van de ‘Joint European Support for Sustainable Investment in City Areas Task Force’ (JESSICA). Die creëert ‘transformatieve’ fondsen voor duurzame investeringen. Leanza bezocht Almere op 10 december en adviseerde een groep gemeenteambtenaren, TNO-specialisten, provincieadviseurs, een woningbouwcorporatie en wethouder René Peeters. De ideeën gaan we eerst gebruiken voor de renovatie van Almere Haven.


Stadscentrum versus buitengebied
Europese steden zijn niet langer werkplaatsen, omdat ze de productie naar lagelonenlanden hebben verplaatst. De hoeveelheid verhandelbare goederen, de rol van de politiek en de centrale banken is verkleind en de rol van financiële dienstverlening en consumptie vergroot. Onze groeiende schuldenlast helpt ons daarbij niet. Leanza: “Sinds 2007 zien we dingen die we daarvoor nog nooit gezien hebben. De crisis was eerst gekoppeld aan stedelijke problemen met banken en huisvesting. Die gaven waarde aan grond. De waarde van het goed was altijd groter dan de risico’s. Dat is nu niet meer het geval.”


De autoriteiten verlaagden de rente en probeerden de kosten van arbeid terug te dringen. Effect: de stadscentra kregen meer geld en het buitengebied minder. “De private sector heeft geen geld om de leningen terug te betalen. De bankensector financiert de belangrijke innovaties niet; ze hebben zelfs te lijden onder financiële en technologische innovaties. We hebben nieuwe manieren nodig om hiernaar te kijken; een plek waar we onze kennis kunnen centraliseren en een plan om deze transformatie te beheren. We moeten vraag creëren; bijvoorbeeld met een duurzaam ‘revolverend’ fonds, om het te versnellen.”

Duurzame investeringen

De afgelopen jaren heeft het Europees Parlement om langetermijninvesteringen gevraagd. De (subsidie)bedragen daarvoor kunnen oplopen tot 70 miljoen euro, tegen zeer lage kosten per hoofd van de bevolking. 30% van deze investeringen wordt gedaan door durfinvesteerders in zeer innovatieve projecten. In 2006 begon het EIB met stedelijke fondsen. Deelnemende landen en regio’s konden revolverende fondsen creëren met Europees geld. JESSICA deed een aantal experimenten en creëerde 45 fondsen.

Leanza werkt aan investeringen in landelijke gebieden en ziet kansen voor Almere: “Mensen verlaten de drukke stedelijke knooppunten, waardoor de schulden toenemen. Jullie hebben je land gewonnen uit zee; vruchtbaar land, met veel ruimte en goedkope arbeidskrachten.” Hij vindt dat we stedelijke investeringen nodig hebben om de ‘quasi-publieke’ sector te helpen. “Dit gaat niet over geld uitgeven. Dit gaat over hoe je je investeringen terug kan laten vloeien naar je stad. We moeten de toestroom van natuurlijk, menselijk, financieel, technisch en ruimtelijk kapitaal direct managen. Het nationale niveau kantelt steeds meer ten gunste van het regionale en zelfs lokale niveau. Er is een groeiende vraag uit de gemeenschap, waar we nu niet aan kunnen voldoen.”


Stedelijk beheer
Zo wordt de vraag naar ruimte en (nieuwe) woningen compleet anders. En dat is ook van invloed op onze werkzaamheden, onze beroepen. Wat hebben we daar tot nu toe mee gedaan? Leanza: “De overheid is verlamd, ze weet niet wat ze moet doen. We moeten onze productiviteit niet meten op basis van de input, maar op het resultaat van onze voorraad menselijk, technologisch en ruimtelijk kapitaal. Als je de beheerkosten van de stad zo laag mogelijk houdt, heb je geld om je voorraadmanagement te integreren in de stad.” Kortom: “We moeten leren hoe we dit kunnen beheren. De stad moet de vrijheid krijgen om actie te ondernemen om het systeem weer aan de praat te krijgen. Het idee is dat het fonds de arbeidsmarkt veerkracht geeft zonder bureaucratische grenzen zoals functionaliteitseisen of grondprijzen. Een goede beheerder heeft oog voor werk en grondprijzen en zorgt voor de relatie met de private sector.”


De basis van onze infrastructuurplannen is de behoefte van anderen. De bevolking vergrijst, dus denk aan levensloopbestendige woningen, met domotica, sensoren en energiezuinige technologie. Leanza: “Als je op de goede manier investeert, creëer je niet veel schulden. Probeer de menselijke verdiensten te verhogen en de beheerkosten te verlagen. Zorg ervoor dat de opbrengsten in je eigen economie terugvloeien. De private sector kan geen parallelle munteenheid financieren, maar we hebben een duurzame geldstroom nodig die mensen niet in een matras kunnen stoppen of wegsluizen naar het buitenland. Een circulaire economie moet op maat gemaakt worden voor de lokale economie. Jullie moeten een manier vinden om het kapitaal hier te houden.”


Businesscase: Almere Haven
Terug naar Almere Haven: welke partijen hebben belang bij deze businesscase? Wie zitten er in de kopgroep? Pas als je de gewenste resultaten en het ‘what’s in it for me’ helder hebt, kun je de markt opgaan en er partijen bij betrekken. Zoals woningbouwcorporaties, het gemeentebestuur, projectontwikkelaars, inwoners, energiebedrijven, zorginstellingen, ondernemers en verzekeringsbedrijven. En wellicht private bedrijven, zoals een duurzame bank (Triodos of ASN). Houd er wel rekening mee dat onze plannen kunnen botsen met nationale wetten en regels. Wijzigingen op dat gebied kosten heel veel tijd.


Branding
Lossen we hiermee problemen op of verkopen we ideeën? Dat hangt ervan af met wie je praat. “Het belangrijkste is dat we allemaal gedreven zijn om het investeringsplan te steunen”, zegt Leanza. “Jullie moeten geloven in wat je doet. Communicatie en branding is heel belangrijk. Jullie zien jezelf nog niet als een ander werkgebied dan Amsterdam. ‘Betaalbare woningen voor Amsterdammers’ doet geen eer aan jullie volledige potentieel. Als je werkelijk waarde wilt toevoegen, gebruik dan bijvoorbeeld de Floriade. Anders blijf je altijd het kleine broertje. Zorg dat je zelf werkgelegenheid creëert. Als je investeringen wilt aantrekken, heb je een eigen identiteit nodig. Later kun je ook Flevoland en de Metropoolregio erbij betrekken.”


We moeten dus beter in beeld krijgen hoe we onszelf internationaal presenteren. “Het is geen probleem kapitaal aan te trekken; het probleem is het ontwikkelen van een strategie om investeerders aan te trekken.” Met een circulaire economie kunnen we dit ook bereiken; niet veel steden hebben die. “Je hebt een publiek/semi-privaat fonds nodig waar je op kunt bouwen. We moeten veel meer kennis vergaren van de ‘ondeelbare’ economie. Kennisinstituten zoals TNO en universiteiten kunnen ons helpen het idee te verkopen en problemen op te lossen. Denk aan open source technieken: watermanagement, innovatieve landbouw, energieneutraal bouwen, afval ‘upcyclen’. Dat kun je hier ontwikkelen.”
Bernadet Timmer



vrijdag 6 februari 2015

Energie is geen milieuprobleem


Van slimme steden naar slimme inwoners; hoe verbinden we mensen en middelen met elkaar op een duurzame manier? Hoe passen we dat toe op onze energie- en waterhuishouding en onze stedelijke ontwikkeling?

“We willen allemaal vooruitgang, maar veranderen is best moeilijk.” Zegt prof. dr. ir. Arjan van Timmeren, hoogleraar Technische Universiteit Delft en werkzaam bij AMS. Hij is uitgenodigd door de gemeente Almere om zijn visie te geven op duurzaamheid en die lijn door te trekken naar onze stad en de Floriade in 2022. Zijn insteek is ‘duurzaam stedelijk metabolisme’, oftewel het waarom, hoe en wat van een levende, natuurlijke systeem van een stad. Daarover schreef hij onder meer het rapport over ‘Reciprocities’. “Het gaat om natuur en techniek met elkaar te verbinden. Daar is heel veel van te leren.” 

Balans en decentralisatie
Hij toont veel buitenlandse voorbeelden van technische, ruimtelijke en sociale toepassingen. “Nederland is geen voorloper meer als het gaat om duurzaamheid. Dat komt onder meer door de gaslobby”, zegt Van Timmeren. Volgens hem zit duurzaamheid “wel tussen de oren bij deze gemeente”. Hij noemt de Almere Principles en ‘Cradle to cradle’. “Duurzame ontwikkeling is een balans tussen hier en nu en daar en dan.”

Terwijl nutsvoorzieningen centraliseren, is er een decentralisatie van macht en oplossingen van landen naar steden gaande. Denk aan de particuliere opwekking van energie. “De mens is daarin een belangrijke factor. Mensen passen hun gedrag aan aan de situatie.” Ze gaan wellicht meer energie gebruiken als het duurzaam wordt opgewekt (want dat kan minder kwaad…), maar ze kunnen ook ten goede veranderen. “In smart cities wordt alles met elkaar verbonden. Je kunt het dichter bij de bron oplossen, maar dat levert ook meer infrastructuur op.” Zoals parallelle systemen voor groene en grijze energie, drinkwater en rioolwater en data.

Energieoptimalisatie
In het plan van aanpak dat hij voorstelt, gaat het om energieoptimalisatie. “Energie is geen milieuprobleem, het is een politiek probleem. Energiewinning, uitputting en de afname van biodiversiteit zijn wel milieuproblemen.” De eerste stap is ‘energie-efficiëntie’; energieverlies voorkomen, bijvoorbeeld door isolatie. De tweede stap is reststromen hergebruiken. “Energiehergebruik kost nu nog geld, maar op de langere termijn levert het geld op. Er zijn honderden technieken voorhanden, waaruit je een keuze kunt maken.”

De volgende stap is duurzaam opwekken. “Energie vraagt om kwantificatie”, waarschuwt Van Timmeren. Want pas als je weet wat er allemaal in het gebied is aan wind, zon en aardwarmte, hoeveel windmolens, zonnecollectoren en centrales er zijn, hoeveel woningen, kassen, fabrieken en zuiveringsinstallaties, kun je energieoverschotten koppelen aan energievragers. Zoals elektrische auto’s koppelen aan slimme opladers.

Uitwisseling van initiatieven
Schaalgrootte is daarbij belangrijk: organiseer je het centraal of lokaal? En welke definitie gebruik je daarvoor? Je kunt immers lokaal ook centraal dingen regelen. Als voorbeeld toont hij een scala aan initiatieven in Duitsland, Denemarken en Zweden, maar ook in Nederland, zoals het milieuvriendelijk bebouwde GWL-terrein in Amsterdam, de energiezuinige wijk Nieuw Leyden in Leiden en de ecologische woonwijk EVA-Lanxmeer in Culemborg.

Waterberging en –zuivering in de stad is daar ook een terugkerend thema. Daarmee kun je zelf voorzien in drinkwater en de waterafvoer op piekmomenten verbeteren door het langer vast te houden en langzaam af te geven, wat ’s zomers ook een koelend effect heeft. Door grasdaken kun je dat effect nog versterken. Van Timmerens tip: “Doe heel veel aan uitwisseling: kijk hoe anderen het gedaan hebben en pas toe wat geschikt is.”

Bernadet Timmer

woensdag 2 juli 2014

WakaWaka: zon versus kerosine


WakaWaka: zon versus kerosine

WakaWaka is Swahili voor ‘schitterend licht’. Het is de favoriete uitspraak van Fozzie Bear uit The Muppets, de titel van een song van Shakira én de merknaam voor een lamp op zonne-energie. De directeur van de gelijknamige stichting is Cas van Kleef. Hij probeert daarmee de ‘energie-armoede’ te bestrijden; armoede die ontstaat door gebrek aan energie.

“Heel veel mensen rond de Evenaar zijn afhankelijk van kaarsen en kerosinelampen. Die geven slecht licht, waardoor ze ’s avonds nauwelijks productieve uren hebben. Er komen ook vieze dampen vanaf en ze zijn slecht voor het milieu.” Om over brandgevaar door omvallende lampen maar niet te spreken. Bovendien moeten velen ’s avonds naar buiten in het pikkedonker, bijvoorbeeld om hun behoefte te doen. Daarbij lopen ze het gevaar op slangen of schorpioenen te stappen. Meisjes en vrouwen lopen het risico op seksueel geweld. Daarnaast kost kerosine ook nog eens gemiddeld 20% van het inkomen.

Van Kleef zocht naar een manier om ze te helpen over te stappen van kerosine naar duurzame verlichting. “Mensen moeten wel investeren in die verlichting. En ze moeten het gemakkelijk overal kunnen gebruiken.” Mede dankzij de verbeterde techniek voor zonnecellen is de lichtopbrengst groter en de lamp goedkoper te maken. Je kunt er nu ook je mobiele telefoon mee opladen; een veelgebruikt artikel, ook in landen rond de Evenaar. “Als je producten maakt die voor ons goed genoeg zijn, zijn ze ook populair in die landen.”

Crowdfunden
Omdat de lamp snel en voldoende energie voor circa 80 uur LED-licht en een telefoonoplader moet opwekken, is hij efficiënt, maar ook duurder. Voor het eenvoudigste model, zonder telefoonoplader, betaal je 28 euro. Met oplader kost hij rond de 60 euro. Van Kleef: “We wilden echter geen concessies doen aan de kwaliteit.” Voor de start van hun bedrijf, ruim twee jaar geleden, gingen ze crowdfunden op internet; ze vroegen mensen in rijke landen meer te investeren in hun vinding, zodat ze mensen in arme landen minder hoefden te vragen, onder het motto ‘Share the sun, share your energy’. “We hadden 50.000 euro nodig om te kunnen beginnen. Uiteindelijk hebben we een miljoen euro opgehaald.”

Impact
Hun winst investeren ze weer in hun producten; externe aandeelhouders hebben ze niet. Ze maken gebruik van businessmodellen, zodat ze niet afhankelijk hoeven te zijn van donaties, zoals veel andere stichtingen. Van Kleef: “Je kunt goed doen en geld verdienen combineren.”
WakaWaka heeft een micronfinancieringsproject, waarmee ze de lampen verkopen tegen leningen. Vrouwen die met die microkredieten bedrijfjes hebben opgezet, verkopen de lampen door. “Dat heeft veel meer impact, omdat mensen er daardoor meer waarde aan toekennen en er veel zuiniger mee omspringen dan wanneer ze ze gratis zouden krijgen.” Van ondernemers die hen steunen krijgen ze veel (advertentie)ruimte. Zo raken ook anderen enthousiast.


Stroomstoring
Na een succesvolle actie voor Haïti kregen ze een grote bestelling van de International Rescue Committee. Want na medicijnen, drinken en eten blijkt energie en licht het meest gevraagde item door vluchtelingen. Nu gaan de WakaWaka’s onder meer naar Syrië. Opvallend genoeg is er ook grote vraag naar in Amerika, zodat ze ook bij stroomstoringen altijd licht hebben en energie om hun telefoon op te laden.
Zelf heb ik er nog geen een, al schijnen wel mijn tuinlampen op zonne-energie. Wellicht een leuk idee voor een kerstcadeau. Ik heb al eens een geitje gekocht voor een goed doel, maar die heb ik zelf nooit gezien. Bij dat project kwam mijn geld overigens in één grote pot, waaruit ook andere dingen betaald werden. Intussen hoor ik van steeds meer vrienden en collega’s dat zij een WakaWaka hebben; voor op de camping.


Bernadet Timmer

vrijdag 26 april 2013

Licht in de duisternis

 

Enschede, Eindhoven en Terschelling gingen ons al voor. In april was Almere gastheer van ruim veertig studenten die deelnamen aan de Lightchallenge, een ontwerpwedstrijd voor innovatieve en duurzame straatverlichting. Zij kregen een masterclass Politiek en Openbare Ruimte. Het thema ‘Techniek, politiek en architectuur’ ging erin als koek. Licht als maatschappelijk bindmiddel.

Gemeenten die meedoen aan de Lightchallenge krijgen een studententeam voor een straat toegewezen. In Almere maakt het team van de Hogeschool van Amsterdam een ontwerp voor de Agavestraat, 'vanwege de oprechte interesse en motivatie van de actieve buurtbewoners'. Op 3 juli is de finale.
Burgemeester Jorritsma opent de masterclass in de Burgerzaal: “Het is goed voor studenten om te zien wat er in de echte wereld gebeurt, en voor bedrijven is het belangrijk studenten de kans te geven om processen en producten te verbeteren”.

Almere groeit snel, maar de markt bepaalt of en hoeveel huizen we bouwen. Kwaliteit en omgeving zijn minstens zo belangrijk als kwantiteit. Daarom zijn duurzaamheid en burgerparticipatie uitgewerkt in de Almere Principles. Een ervan is ‘koester diversiteit’; dat is noodzakelijk met een bevolking waarvan slechts 9% ouder is dan 65. De meeste Almeerders zijn jonger dan gemiddeld in Nederland en zijn verspreid over 164 etnische groepen.
“Al die mensen moeten zich vertegenwoordigd voelen door de politiek. We willen mensen uitdagen de stad op die manier te ontwikkelen. Omdat we zoveel culturen hebben, zien mensen hun omgeving op een totaal andere manier. We zoeken de balans tussen veiligheid en vrijheid. Dat betekent veel voor de ontwikkeling van de stad. Ook en misschien wel juist voor een jonge stad als Almere. We moeten actieve verbanden zoeken met de lokale gemeenschap, die moet zijn eigen verantwoordelijkheid daarin nemen.”

Marbles
Licht kan daarbij helpen. Neem het kunstwerk Marbles in Almere Buiten. Dat kwam tot stand na een wedstrijd van de woningbouwvereniging. De opdracht was ‘ontwerp een plaats waar je elkaar kunt ontmoeten in de 21ste eeuw, om mensen zich beter te laten voelen’. Veel ouderen vonden het eerst niets; toch werden steeds meer mensen aangetrokken tot het licht. Nu is het een natuurlijke ontmoetingsplek in de wijk.

Jorritsma: “We willen anticiperen op verandering, maar hoe kun je keuzes maken zonder die keuzes voor toekomstige generaties weg te nemen? Openbare verlichting heeft een levensduur van dertig jaar. Maar dan zijn we waarschijnlijk al drie generaties lichtinnovatie verder. We moeten dus blijven innoveren. Dat hoeven we als overheid niet alleen te doen, mede dankzij initiatieven als de Lightchallenge.”

De zoektocht naar andere, gezonde systemen gaat dus door. Het materiaal en het licht mogen zo min mogelijk impact hebben op het milieu: zowel op het energiegebruik als in onderhoud en afval. “We willen dat mensen zich meer verbonden voelen met de natuur, ook al wonen ze in de stad. Maar we zijn nog niet zo goed in het koppelen en integreren van openbare verlichting in de omgeving. Het licht past lang niet altijd bij de omstandigheden. Ook duisternis hoort bij de natuur, dus kijken we heel goed waar licht past en waar niet. Kan het licht ook uit of minder als de omgeving dat vraagt? Als jullie idee ons net zoveel geld scheelt als het ons kost aan investeringen; don’t wait, just do it!”

Moonlight
Jeroen Verschelling ontwikkelde met een collega schone verlichting in Cambodja. Zijn project ‘The Moonlight’ viel in de prijzen. “Stadsplanning werkt heel anders in Cambodja. Ruim de helft van de Cambodjanen heeft geen elektriciteit. ’s Nachts is het pikkedonker; er is geen straatverlichting.” Ze begonnen met een klein zonne-energiebedrijfje in 2006 om licht te genereren voor de bevolking. Het probleem met Westerse zonne-energiesystemen in Cambodja was dat het duur is, snel kapot gaat en niet te repareren is. Daarom wilden ze lokale producten ontwikkelen, die ze ter plaatse konden maken en repareren. Traditioneel gebruiken Cambodjanen zelfgemaakte kerosinelampen van blikjes, maar kerosine is duur en brandgevaarlijk en de lichtopbrengst is laag.

In 2008 kwamen vier studenten van de universiteit van Delft naar Cambodja om ze te helpen een bruikbaar lichtsysteem te ontwerpen. Zij registreerden de dagelijkse activiteiten van de inwoners om uit te vinden waar, hoeveel en welk licht er nodig was. Daarna ontwierpen ze de verlichting. De lampen moesten opgehangen en liefst ook gedragen kunnen worden, zodat de mensen hun handen vrij hadden. Ze houden de lamp ’s nachts aan uit veiligheidsoverwegingen en om boze geesten weg te houden, maar gaan er ook mee naar buiten omdat ze daar hun behoefte moeten doen. In Nederland werd het prototype vervolmaakt. Dat duurde een jaar, met een klein budget. De studenten wonnen er internationale prijzen mee, en stootten zelfs Philips van de eerste plek op de Dutch Design Week.

De lamp werkt op zonne-energie en heeft circa 4,5 uur nodig om op te laden in de Cambodjaanse zon. In het regenseizoen kunnen ze bovendien de ‘low setting’ gebruiken, die gebruikt nog minder energie. Hij brandt 4,5 uur op de high setting en meer dan twintig uur op de low setting. Er zitten eenvoudige batterijen in, die maar eens in de twee jaar vervangen hoeven te worden. Ze kosten 15 dollar in de losse verkoop. “Dit maakt echt een wereld van verschil voor de Cambodjanen. Mensen kunnen nu een beetje sparen en leven gezonder zonder rook, roet en brandgevaar van de kerosine. Ze kunnen nu ook langer opblijven en lezen en werken als ze willen. Je kunt daar zien waar we in Nederland naartoe gaan: zelfvoorzienende verlichting, omdat we nu tegen de grenzen van ons lichtnet en energiesysteem aanlopen. Je zou kunnen zeggen dat ze in Cambodja het netwerk hebben overgeslagen.”

Meet het
Jeroen Zuidgeest van MVRDV architecten sluit de masterclass af. Hij werkt mee aan diverse internationale projecten, waaronder Growing Green City Almere voor de Floriade 2022. “Er is een kloof tussen ons consumptiegedrag en de hoeveelheid energie en voedsel die we produceren. Als we ons gedragen als Amerikanen, hebben we 4,4 aardes nodig. Daar moeten we een antwoord op vinden.” Als je inzoomt op het Westen, zie je veel plekken fel oplichten. “Ontwikkelaars willen graag snel geld verdienen, maar wij willen bewustzijn creëren. We willen fundamenteel bijdragen aan het verkleinen van de kloof door het testen van nieuwe oplossingen in de praktijk.”

Vooroordelen over duurzame oplossingen zijn er genoeg; het is saai, lelijk en eenvormig. Het is dus belangrijk hoe je duurzaamheid definieert. Hij laat razendsnel beelden zien van uitgewerkte architectuur en concepten als ‘Sensorcity’ waarbij je interactie hebt met de stad via mobiel of iPad, of via nanosensors die reageren op beweging. Of nog een stap verder: bedenk een nieuwe definitie van daglicht en energie: iedereen zijn eigen zonnetje!
 “Almere wil graag de duurzaamste stad van Nederland zijn, maar meet het dan ook: bewijs het en wees hyperpragmatisch in de uitvoering. Wil je weten hoe je natuur en stadsplanning combineert, zodat je bijvoorbeeld de biodiversiteit kunt verhogen? Breng gedrag, energieverbruik en innovaties samen. Vraag je af wat je kunt leren van onderzoeken van anderen en wat je kunt met je eigen meetgegevens? Wij dragen bij door het laten zien van voorbeelden van oplossingen. Dat verandert de noodzaak in actie.”


Bernadet Timmer