Posts tonen met het label stedelijke ontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stedelijke ontwikkeling. Alle posts tonen

maandag 12 maart 2018

“Almere is een stad om op te vreten”



“We moeten iets doen om te zorgen voor gezond voedsel in de stad, nu en in de toekomst. Voor de gezondheid van de mensen, voor duurzame landbouw, voor het klimaat.” Adele Wilson uit Londen en Philip Elders uit Amsterdam boden de wethouders René Peeters en Tjeerd Herrema tijdens Het Grote Stedelijke Voedseldebat op 7 maart een manifest aan.
Een denktank van negentien studenten en jonge professionals uit verschillende landen onderzocht de afgelopen maanden Almere en haar voedselbeleid en stelde het manifest in vier dagen op. Met het Flevo Campus Manifest ‘Almere, de groenste, gezondste en meest eetbare stad van Nederland’ hopen ze voedsel weer op de politieke agenda te zetten. De makers en ondertekenaars van het manifest drongen erop aan dat de zeven punten worden opgenomen in het coalitieakkoord en formuleerden ook een aantal heldere doelen per punt: 
  1. Gezondheid: gezonde keuze makkelijker maken
    (Zoals: geen nieuwe fasfoodrestaurants in de buurt van onderwijs- en publieke instellingen.)
  2. Stadsplanning: Almere dé eetbare stad van Nederland
    (Medewerkers groenvoorziening omscholen tot stadsboeren.)
  3. Inkoopbeleid: Almere koopt grotendeels regionaal voedsel in
    (80% van de producten is afkomstig van Nederlandse boeren.)
  4. Stad en achterland: voorrang voor lokale voedselondernemers
    (Lokale ondernemers krijgen voorrang bij vergunningen in winkels en op de markt.)
  5. Circulariteit: Almere verbindt afval uit de stad met kringlooplandbouw
    (Almere ondersteunt vijftig initiatieven die bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie.)
  6. Innovatie: ruim baan voor innovatieve ondernemers in landbouw en voedsel
    (Werkgelegenheid stimuleren in onderwijs, onderzoek en innovatie op het gebied van duurzaam voedsel.)
  7. Onderwijs: voedseleducatie toegankelijk voor alle inwoners van Almere
    (Alle scholen hebben toegang tot een moestuin.)
Wethouder René Peeters: “We bieden zowel de stad als het omliggende platteland aan als living lab. We willen graag dat wetenschappers ons nieuwe inzichten geven over voedsel in de stedelijke leefomgeving.” Een mooi voorbeeld vindt hij de ecologische school in Nobelhorst. De directeur daar wil graag dat alle (basis)scholen groene scholen worden.
“Voedsel is iets dat iedereen raakt”, reageert wethouder Tjeerd Herrema. “Hoe krijgen al die mensen in de stad gezond en betaalbaar voedsel? Je kunt het voedselvraagstuk internationaal bekijken, maar hoe kunnen we lokaal handelen om daar een bijdrage aan te leveren? We hebben nu de kans dat uit te zoeken. Nederland heeft een grote voorsprong op het gebied van voedsel en veel kennis in huis. Daar willen we meer mensen, vooral jongeren, bij betrekken.”
Heerlijke baggerbak
‘Expert voedselconsumptie’ Sigrid Wertheim is lector Voedsel en Gezond leven aan de Aeres hogeschool in Almere. Ze noemt Almere liefkozend een ‘heerlijke baggerbak’: “Almere is een stad die diep durft te gaan met de uitdagingen waar we ons internationaal voor gesteld zien.” Natuurlijk gaat het ook om een gezonde en regionale economie, maar veel lokale ondernemers zijn afhankelijk van (inter)nationale klanten, dus helemaal lokaal is een utopie, weet ze. Net als Herrema: “Lokaal is een deel van de oplossing, maar niet de enige oplossing.”
Volgens Jaap Seidell, ‘overgewichtspecialist’ en hoogleraar Public Health aan de VU, gaat het vooral om ‘de verbinding met voedsel’. “Als je als kind eenmaal een band hebt met voedsel, bijvoorbeeld omdat je in een moestuin hebt gewerkt, ga je met andere ogen kijken naar je eten.” Peeters reageert: “Vroeger had je schooltuincomplexen. Je kreeg er les over op school, leerde zaaien, onderhouden en oogsten. Het is heel erg goed om zelf het voedsel te zien groeien, zelfs als het mislukt.”
Tegen de stroom in
Gezondheid is niet voor niets het eerste punt in het manifest. Seidell: “Gezond eten in een ongezonde omgeving is als tegen de stroom in zwemmen: op een gegeven moment geef je het op.” Hij wijst op wat er te koop is in bedrijfs-, school- en sportkantines, in winkelcentra, bij pomp- en treinstations. Herrema: “Als je dit echt wilt veranderen, moet je ingaan tegen gevestigde belangen. Bijvoorbeeld die van marktondernemers met een vaste standplaats of de huurders van een winkelpand. Bovendien kopen de meeste mensen, zo’n 80%, hun voedsel bij de supermarkt.”
Ook Peeters weet uit ervaring dat veranderingen heel veel tijd kosten. Zo lukte het hem niet een snackkar tegenover het Oostvaarderscollege – een school met een gezonde kantine – via het bestemmingsplan naar een andere locatie te krijgen. Leerlingen gingen er in de pauze massaal naartoe.
Met een team is Wertheim alle voedselstromen van Almere in kaart aan het brengen. “De reguliere markt gaat de wijk niet in en biedt niet of nauwelijks lokale producten. In sommige wijken is er helemaal niets dichtbij.” Dat moet en kan anders, vindt ze. Bovendien is voedsel door het wereldwijde voedselsysteem goedkoper geworden dan verantwoord, mede door subsidies. “Ook dat werkt ongezonde voedselconsumptie in de hand.”
Peeters reageert: “Naarmate je massaler produceert, kan het goedkoper, maar gaat het ook ‘onzorgvuldiger’.” Hij doelt op bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden voor een grotere opbrengst en verspilling door het weggooien van ‘kneusjes’, die minder goed verkopen. Herrema: “Voedsel is ook een sociaaleconomisch vraagstuk: de keuzes die je kunt maken. Gezond voedsel moet geen luxe keuze zijn.”
Initiatieven
Overigens zijn er tal van initiatieven met lokaal voedsel, zoals in Oosterwold, waar de bewoners 50% van hun grondoppervlak moeten bestemmen voor groen en velen een moestuin beginnen. Maar dan: als meer mensen lokaal voedsel verbouwen, is het volgende vraagstuk de logistiek; hoe krijg je dat voedsel naar consumenten in de rest van de stad? Wertheim: “Het is makkelijk om te roepen: ‘Zo moet het!’. Mensen die hun voedsel op de markt kopen, weten over het algemeen meer over hun eten. Voedseleducatie aan kinderen is superbelangrijk, maar vergeet ook de rest niet.” Ze wil dat ook steden met elkaar afspraken maken over voedselproductie en –consumptie, want steden op zich zijn een te kleine eenheid.
Aan het eind van de bijeenkomst in de Burgerzaal werden raadsleden aan de hand van stellingen uitgedaagd uitspraken te doen over de punten in het manifest. Tien partijen deden mee. Hun standpunten lagen echter niet ver van elkaar: alle partijen steunden de gekozen doelen, zij het vanuit een verschillende invalshoek.
Wat vonden de wethouders het meest aansprekend in het manifest? Peeters vond het geweldig dat dit gemaakt is door jongeren en wijst op voedseleducatie als belangrijk punt. Herrema: “De quote die ik hoorde bij de besprekingen: ‘Almere is een stad om op te vreten’.”
Bernadet Timmer

woensdag 29 april 2015

De staat van de stad


De wereldpopulatie groeit naar 9,3 miljard mensen in 2050, volgens onderzoekers. Nu leeft 50% in de steden, straks is dat 70 tot 80%. “We hebben 230 megasteden met meer dan een miljoen inwoners. De complexiteit neemt toe, ook economisch, ecologisch en sociaal. Als dat nu al zo’n impact heeft door het overschrijden van biofysische grenzen als klimaat, CO2, stress, verzuring, voedsel, water en energie, dan rijst de vraag: hoe gaan we dat straks aanpakken?”

Arie Voorburg is een van de sprekers tijdens het Kenniscafé in de nieuwe bibliotheek in Almere op 24 april. Thema: De Stad. Als senior adviseur bij ingenieursbureau Arcadis kijkt hij hoe steden zich ontwikkelen om ze naar de volgende eeuw te kunnen leiden. De stad vindt hij een fascinerend systeem: “Ecologie, dynamiek, historie, het werkt allemaal samen. Hoe verhoudt zo’n artificieel systeem zich tot het natuurlijke systeem waar het zich in bevindt?”

Geopolitieke spanningen
De voedselproductie in 2050 moet bijna 70% stijgen om iedereen te kunnen voeden. En dan moet dat voedsel nog naar de stad. Volgens Voorburg zijn we nu al “één graanoogst van een humanitaire ramp verwijderd”. De urbanisatie, grondstofproblematiek en sociaaleconomische dynamiek leveren grote geopolitieke spanningen op: “Het onderscheid tussen degenen die in armoede leven en degenen die het wel redden wordt steeds groter. De technologisering van de maatschappij veroorzaakt het verdwijnen van de middenklasse en de sociaaleconomische explosiviteit tussen groepen begint schrijnend te worden. De steden zijn er niet klaar voor om dit op te vangen. Ze zijn zich nog niet bewust van de exponentiële groei van de problemen.”

Herstructurering stedenbouw

Een oplossing is de integratie van nano (zeer kleine deeltjes), info (data), bio (natuur) en cogno (kennis). Dat biedt kansen voor transities op verschillende terreinen, zoals stedenbouw, economie, opleidingen en technologie. Voor de volgens Voorburg broodnodige vernieuwing van stedenbouwkundige architectuur kijkt hij naar biomimicry: “Kijk hoe ecologische systemen zich aanpassen, zoals de temperatuurregeling in termietenheuvels. Bouw casco’s die snel aanpasbaar zijn. Dat is geen proces van vandaag op morgen, maar van herstructurering.”

Economische renaissance

We hebben ook een economische renaissance nodig: “We hebben nu een lineaire economie; we verbruiken steeds meer grondstoffen. We moeten naar een circulaire economie, met ketenrelaties en upcycling van materialen, cleantech, biobrandstoffen. Nederlandse steden concurreren elkaar kapot, maar ze kunnen zich beter profileren met een niche: airport, brainport, seaport, energie, innovatie, etc.” Daar hoort ook de transitie van talent voor innovatie bij. Voorburg: “We hebben 19de-eeuws onderwijs in een 20ste-eeuwse economie in een 21ste-eeuwse samenleving. Zodra kinderen de basisschool verlaten, zijn ze veel minder creatief. Dat moet anders. We moeten schakelen, creativiteit stimuleren.”

Intelligente systemen

De technologische ontwikkelingen gaan ontzettend snel. “We zitten al in de vierde industriële revolutie. We zijn bezig met metabolische materialen; die zijn zelfherstellend en zelfreinigend en hebben het vermogen zichzelf te veranderen. Intelligente systemen voegen kennis toe; smart technology in woningen leren je gedrag kennen; het systeem weet hoe laat je opstaat, naar je werk gaat, etc. Lifelikesystemen kunnen zelf hun functies regelen.”
Het grootste probleem is volgens Voorburg institutioneel; organisaties die niet met elkaar communiceren. “We moeten beseffen dat de veranderingen sneller gaan dan we denken en een sprong maken. Studenten beter opleiden, af van de oude ego’s die nu de scepter zwaaien. Er is geld genoeg, maar we moeten het op slimmere manieren ontsluiten. Als mensen bij voorbaat al uitgesloten zijn van die hogere economie, zijn ze verloren. We moeten denken in preventie, investeringen en maatschappelijk rendement. Dat levert miljoenen op.”

De stad als natuurgebied

Jelle Reumer houdt zich bezig met stadsecologie. Hij is directeur van het Natuurhistorisch museum in Rotterdam, bijzonder hoogleraar Vertebratenpaleontologie (fossiele gewervelde dieren en hun ontwikkeling) en auteur van ‘Wildpark Rotterdam’. “Wij hebben de stad als natuurgebied ontdekt. Als paleontoloog zie ik de stad als een ecosysteem waarin bepaalde soorten kunnen leven. Wat doet de natuur en hoe reageren soorten? Verdringt de stad de natuur of is de stad de natuur? Halsbandparkieten en nijlganzen hebben de kieviten en de kuifleeuweriken verdrongen. Almere heeft de zee verdrongen. Wat is meer waard?”

Evenwicht en interactie

Ook in de stad geldt: ‘survival of the fittest’. “We betreuren het dat bepaalde dieren uitsterven. Is dat nostalgie? Betreuren we ook dat dinosaurussen zijn uitgestorven? Of de mammoeten? De dieren die er zijn, zijn optimaal aangepast aan hun omgeving. Ongeveer 10% van de soorten die door de mens worden geïntroduceerd, kan zich blijvend vestigen. 10% daarvan groeit uit tot een plaag, zoals de muskusrat. Dat lost zich vanzelf weer op in een nieuw ecologisch evenwicht. Je kunt dat versnellen door het vergroenen van de stad, met groene daken, gevels en stadsparken. Dat bevordert de interactie tussen stad, mens en natuur.”

Volgens Reumer hebben we de afname van biodiversiteit al vijf keer meegemaakt in de geologische geschiedenis, waarbij soms tot wel 90% van de soorten uitstierf. “Dat geeft weer andere soorten de kans om zich te ontwikkelen. Op dit moment zitten we in een zesde megadestructie. Het is een natuurlijk fenomeen, maar nu veroorzaakt door een explosieve groei van het aantal mensen op aarde.”

Het nieuwe pionieren

Thijs van der Steeg en Danny Louwerse werken bij de gemeente Almere aan ‘De staat van de stad’. Zij onderzoeken hoe het gaat met mensen, duurzaamheid, woningvoorraden, werkgelegenheid, veiligheid en bereikbaarheid. Dat deden ze met koude statistiek en warme verhalen uit de stad; stadsgesprekken met 120 inwoners en ondernemers in Almere. Een opvallend kenmerk van de stad is de ruimte, zowel fysiek als mentaal. “De tweede generatie Almeerders leeft en denkt anders dan de eerste. Dit is het nieuwe pionieren.”

Netwerklozen

Een ander kenmerk is sociale armoede, de potentieel netwerklozen; als er iets misgaat, hebben ze geen sociaal vangnet. “Dat is een kwetsbaar punt. Het rijk kijkt steeds meer naar de lokale overheid, de kracht van de stad. Doen we daar niet een te groot beroep op? We verwachten dat mensen zelf de regie pakken, voor zichzelf zorgen. Almere maakt deel uit van Metropoolregio Amsterdam, maar de mensen voelen zich veel meer thuis in Midden-Nederland. Ik vind het belangrijk dat we ons bewust zijn van de sociaaleconomische problemen. In onze denkagenda is dat benoemd. Waar moeten we mee aan de gang, zodat dit een fantastische stad blijft?”

Focusgebieden
Inmiddels is er overeenstemming over de ‘focusgebieden’; wijken en buurten waar extra aandacht voor is vanwege diverse sociaaleconomische problemen. “Dat gaan we voortzetten, samen met de woningcorporaties en welzijn. Woonoverlast is ook zo’n item. In het nieuwe Veiligheidsprogramma is dit speciaal opgenomen. Daar zetten we de komend jaren op in.” De focusgebieden zijn niet allemaal hetzelfde. Die vragen om een gedifferentieerde aanpak. Maatwerk. Dat is nu geagendeerd en onderwerp van gesprek in raad en college.

Zelf doen

“Mensen hebben wel de behoefte om meer dingen zelf te doen, met de overheid nog een beetje voor de regie. We zijn als overheid gericht op die 25% van de mensen waar het wat minder mee gaat, maar hoe breng je die 75% van de mensen waar het wel goed mee gaat met hen in verbinding? Scan de agenda’s van de mensen, bouw aan nieuwe netwerken. We zijn bezig met verbinden. Organisaties zijn niet gewend om met elkaar samen te werken. Ze zijn nog bezig met verticaal afrekenen in plaats van horizontaal samenwerken.”

“We hebben altijd het idee van schaalvergroting, aanbesteding. Maar wat betekent het als het onderhoud van het groen in de hele stad overdragen aan de inwoners?” Ze experimenteren nu al met die ontschotting op kleine schaal. Zo hebben ze het budget dat ze nu besteden aan groenonderhoud in de Hoekwierde (Almere Haven) overgedragen aan die wijk. “De bewoners doen het beter dan de gemeente. Het gebied ziet er spik en span uit.”

Bernadet Timmer

woensdag 25 februari 2015

Floriade 2022: “Wees ondeugend!”


“De eerste keer dat je ergens komt, valt je van alles op. Die eerste indruk blijft je bij. In Singapore was het keurig netjes, schoon en de mensen waren hulpvaardig. Wat is straks de eerste indruk van de mensen die op de Floriade komen?”

Hans Stavleu is ICT-onderzoeker bij TNO en lector informaticatoepassingen. Samen met prof. dr. ir. Arjan van Timmeren, hoogleraar Technische Universiteit Delft, en architect Winy Maas ondersteunt hij het Atelier ruimtelijke hoofdstructuur Floriade. Op 17 februari gaf hij een lezing in Almere Stad. Het startpunt van Stavleu was een andere blik ontwikkelen. Zien we straks afvalloze pleinen (misschien staan er zelfs geen vuilnisbakken), iconische architectuur en kunstwerken, drooglooproutes, zelfrijdend vervoer?

Singapore

TNO denkt met ons en onze ondernemers mee over de stedelijke ontwikkeling door (nieuwe) toepassingen voor
duurzaamheid, circulaire economie, leefbaarheid, veiligheid, energie, vergrijzing, voedsel en mobiliteit. Daar heeft de gemeente Almere op 4 februari zelfs een samenwerkingsovereenkomst met TNO voor getekend. Dat staat los van de samenwerking met Stavleu voor de Floriade, maar komt wel goed van pas.

Stavleu werkt samen met hogescholen in Singapore, de ‘duurste stadsstaat ter wereld’, zonder natuurlijke hulpbronnen. “Ze hebben alleen maar mensen en een hypermoderne stad.” Hun educatieve systeem is gericht op ‘Me’ (de individuele ontwikkeling), ‘We’ (de betekenis van deze ontwikkeling voor een community, zoals een school of een wijk) en ‘You’ (de meerwaarde voor de wereld). “Singapore werkt aan een Smart Nation. Hun hele leven wordt steeds meer en beter ingericht, ondersteund door ICT.”

Vijftig tinten grijs

“Alles is gebaseerd op visie, missie en waarden. Die kun je letterlijk op de muren zetten; betekenis geven met visualisatie. Maak nu al een trotse, zichtbare verbinding met de Floriade. In de stad, maar ook met (spoor)knooppunten in het land en op Schiphol. En maak het groen. Voorkom vijftig tinten grijs beton.” Die visie kun je ook uitstralen in gedrag en positief taalgebruik. “Vriendelijkheid is zorg voor elkaar. Met vriendelijke taal kun je kaders stellen en een ander helpen, in plaats van alleen maar iets verbieden.”

Wat Stavleu betreft wordt de Floriade een levend laboratorium voor duurzame verstedelijking, met een innovatie-expositie en een co-creatiecentrum om alle ideeën en vindingen te kunnen presenteren én verzamelen. Met dat laatste kunnen we nu al beginnen in de stad. “Wees ondeugend! Speel met gedachten, vormen, concepten. Wat kunnen of doen we (nog) niet in Nederland? Doe dat op de Floriade. Verzin nieuwe spelregels.”

Eeuwigdurende lente

Niet alles wat met ICT te maken heeft, gaat over laptops of technische gadgets. Je kunt het ook ontwerpen om een bijdrage te leveren aan het onderwijs, voor het monitoren, analyseren en verrijken van open (big) data. “Denk na over hoe je dit te gelde kunt maken, kunt gebruiken in een Growing Green City.” Stavleu vindt dat een visieteam ‘intelligente Floriade’ dit het beste kan coördineren; “Die rol zouden we zelf moeten pakken.”

In Singapore zag Stavleu mooie, duurzame innovaties. Zoals een CO2-neutrale kas, waarin ze een ‘eeuwigdurende lente’ nabootsten, gestookt op energie van kippenstront en snoeiafval. Een eeuwigdurende winter kan dan natuurlijk ook. Zelfrijdend transport is er al. Volgens Stavleu wil Nederland zichzelf profileren op het gebied van zelfrijdende auto’s, al is de industrie waarschijnlijk op z’n vroegst pas in 2020 klaar om ze aan consumenten te verkopen. “Neem het mee in je denken over het openbaar vervoer.” Ook de economie kan inventiever. Zo zag hij in Singapore een Bitcoinwisselautomaat. “Misschien kunnen we een evenementenmunt invoeren, een apart betaalsysteem voor de Floriade en de Almeerse middenstand, zowel voor als tijdens de Floriade te gebruiken.”

Going Green

Maar er is nog veel meer mogelijk. “Maak een statement van Green en Smart, maak het spraakmakend. Schrijf wedstrijden uit en laat de buitenwereld meedenken.” Zelf bedacht hij de ‘Lions Exchange’ tussen Singapore en Nederland. De uitdaging is om een duurzame oplossing te vinden voor vergrijzing, openbaar vervoer en de voedselvoorziening voor de stad van de toekomst. “Denk voorlopig niet in Growing Green, maar in Going Green. Laat merken dat je met de Floriade bezig bent, maak gebruik van onze kennis bij TNO en ontwikkel je eigen visie op de intelligente stad.”

Bernadet Timmer
Communicatie

vrijdag 6 februari 2015

Energie is geen milieuprobleem


Van slimme steden naar slimme inwoners; hoe verbinden we mensen en middelen met elkaar op een duurzame manier? Hoe passen we dat toe op onze energie- en waterhuishouding en onze stedelijke ontwikkeling?

“We willen allemaal vooruitgang, maar veranderen is best moeilijk.” Zegt prof. dr. ir. Arjan van Timmeren, hoogleraar Technische Universiteit Delft en werkzaam bij AMS. Hij is uitgenodigd door de gemeente Almere om zijn visie te geven op duurzaamheid en die lijn door te trekken naar onze stad en de Floriade in 2022. Zijn insteek is ‘duurzaam stedelijk metabolisme’, oftewel het waarom, hoe en wat van een levende, natuurlijke systeem van een stad. Daarover schreef hij onder meer het rapport over ‘Reciprocities’. “Het gaat om natuur en techniek met elkaar te verbinden. Daar is heel veel van te leren.” 

Balans en decentralisatie
Hij toont veel buitenlandse voorbeelden van technische, ruimtelijke en sociale toepassingen. “Nederland is geen voorloper meer als het gaat om duurzaamheid. Dat komt onder meer door de gaslobby”, zegt Van Timmeren. Volgens hem zit duurzaamheid “wel tussen de oren bij deze gemeente”. Hij noemt de Almere Principles en ‘Cradle to cradle’. “Duurzame ontwikkeling is een balans tussen hier en nu en daar en dan.”

Terwijl nutsvoorzieningen centraliseren, is er een decentralisatie van macht en oplossingen van landen naar steden gaande. Denk aan de particuliere opwekking van energie. “De mens is daarin een belangrijke factor. Mensen passen hun gedrag aan aan de situatie.” Ze gaan wellicht meer energie gebruiken als het duurzaam wordt opgewekt (want dat kan minder kwaad…), maar ze kunnen ook ten goede veranderen. “In smart cities wordt alles met elkaar verbonden. Je kunt het dichter bij de bron oplossen, maar dat levert ook meer infrastructuur op.” Zoals parallelle systemen voor groene en grijze energie, drinkwater en rioolwater en data.

Energieoptimalisatie
In het plan van aanpak dat hij voorstelt, gaat het om energieoptimalisatie. “Energie is geen milieuprobleem, het is een politiek probleem. Energiewinning, uitputting en de afname van biodiversiteit zijn wel milieuproblemen.” De eerste stap is ‘energie-efficiëntie’; energieverlies voorkomen, bijvoorbeeld door isolatie. De tweede stap is reststromen hergebruiken. “Energiehergebruik kost nu nog geld, maar op de langere termijn levert het geld op. Er zijn honderden technieken voorhanden, waaruit je een keuze kunt maken.”

De volgende stap is duurzaam opwekken. “Energie vraagt om kwantificatie”, waarschuwt Van Timmeren. Want pas als je weet wat er allemaal in het gebied is aan wind, zon en aardwarmte, hoeveel windmolens, zonnecollectoren en centrales er zijn, hoeveel woningen, kassen, fabrieken en zuiveringsinstallaties, kun je energieoverschotten koppelen aan energievragers. Zoals elektrische auto’s koppelen aan slimme opladers.

Uitwisseling van initiatieven
Schaalgrootte is daarbij belangrijk: organiseer je het centraal of lokaal? En welke definitie gebruik je daarvoor? Je kunt immers lokaal ook centraal dingen regelen. Als voorbeeld toont hij een scala aan initiatieven in Duitsland, Denemarken en Zweden, maar ook in Nederland, zoals het milieuvriendelijk bebouwde GWL-terrein in Amsterdam, de energiezuinige wijk Nieuw Leyden in Leiden en de ecologische woonwijk EVA-Lanxmeer in Culemborg.

Waterberging en –zuivering in de stad is daar ook een terugkerend thema. Daarmee kun je zelf voorzien in drinkwater en de waterafvoer op piekmomenten verbeteren door het langer vast te houden en langzaam af te geven, wat ’s zomers ook een koelend effect heeft. Door grasdaken kun je dat effect nog versterken. Van Timmerens tip: “Doe heel veel aan uitwisseling: kijk hoe anderen het gedaan hebben en pas toe wat geschikt is.”

Bernadet Timmer

vrijdag 12 september 2014

Het tijdperk van de overdaan


Het tijdperk van de overdaan
“We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperken.” Dat is de boodschap van Jan Rotmans, ondernemer, activist, wetenschapper en professor aan de Erasmusuniversiteit, gespecialiseerd in duurzaamheid en transities.
Die zin, van Herman Verhagen (consultant maatschappelijk verantwoord ondernemen), verklaard veel van wat we nu zien gebeuren en vormt de kern Rotmans' betoog. En gezien zijn bomvolle agenda zijn veel organisaties, bedrijven en overheden, zich daar ook terdege van bewust. Op 4 september maakte hij tijd voor een presentatie aan Almere, waarin hij beschreef hoe hij in die verandering van tijdperken een unieke kantelkans voor Almere ziet. Zoals het aansturen van stedelijke ontwikkeling vanuit duurzaamheid.
Ja, maar: er is altijd verandering
“We leven in een ander tijdperk”, beweert Rotmans, “want er verandert niet alleen heel veel, maar de veranderingen gaan ook heel snel.” Hij vergelijkt het met de industriële revolutie. Ook nu we zien we een nieuwe verhouding tussen mens en arbeid, de modernisering van de samenleving en een machtswisseling. Toen werd veel menselijke arbeid vervangen door machines, nu nemen robots steeds meer diensten over van mensen. Ook de verzuiling gaat opnieuw op de schop. Zowel religieus als sociaal-maatschappelijk. En de macht, die eerder van de adel naar de burger ging, gaat nu van de overheid naar de burger.
De  samenleving ‘kantelt’ van centraal naar decentraal, van verticaal naar horizontaal en van top-down naar bottom-up. Burgers worden ‘overdaan’ in plaats van onderdaan. “Europa bevindt zich weer in een kantelperiode. We zitten nu tussen twee werelden in. Er moet veel afgesproken en veel opgebouwd worden.” Volgens Rotmans is dat duidelijk te zien aan de conflicten tussen de oude en de nieuwe orde. Banken versus financiële corporaties, energiebedrijven versus lokale energie-initiatieven, hotels versus Airbnb, taxibedrijven versus Uber. “De gevestigde orde verzet zich. De nieuwe orde is beter toegesneden op de nieuwe generatie. Er is een enorm dedain van de oude orden ten opzichte van de nieuwe ontwikkelingen, tot het zo snel gaat dat ze het niet meer kunnen negeren. Dan passen ze zich aan of sterven af.”
Zelfsturende teams met een eigen budget
Er is dus een andere werkwijze nodig. “Klein is het nieuwe groot. Zo gauw een afdeling uit meer dan dertig mensen bestaat, kun je het beter opdelen in zelfsturende teams met een eigen budget.” Wat hem betreft nemen we ook de vergadering opnieuw onder de loep, want die leiden allen maar tot meer vergaderingen, notulen, verslagen en meer werk dan nodig. “We besteden veel te veel tijd aan administratie, registratie en monitoring. Achter die controle zit wantrouwen en angst, we accepteren niet meer dat er dingen misgaan. Maar leg de schuld niet bij het systeem: wij zíjn het systeem.”
Het vraagt ook om een denkomslag. Volgens Rotmans hebben we een samenleving opgebouwd die heel efficiënt is. “Alles is goed geregeld, maar het is een koud systeem, waar we ons steeds onbehaaglijker bij voelen.” In het ziekenhuis voelde hij zich geen persoon, maar een 'interessante casus’, een technische uitdaging. “We exploiteren elkaar en de natuur en onttrekken daar veel aan en dat voelt niet natuurlijk.” De oplossing is wat hem betreft het zoeken naar samenwerking, de menselijke maat, gezamenlijke waarden en cyclische (oneindige) processen. “We hebben het vermogen om het beter te doen.”
De nieuwe macht
Een systeemtransitie betekent ook een persoonlijke transitie. De voorhoede is vaak hoogopgeleid en blank. Het begint met zo’n 10.000 koplopers en daarna volgen steeds meer mensen. Vaak in specifieke kolommen zoals voedsel, energie, bouw, zorg, etc. Maar van elkaar weten ze niet waar ze mee bezig zijn. Wanneer kunnen we spreken van een echte kanteling? Rotmans: “De kritische omslag ligt bij 20% van de bevolking. Dat zijn circa 2,5 miljoen mensen (van de 15 miljoen volwassenen).” 
“Er is een micromacht in wording, van de sociale middenklasse die tornt aan de bestaande macht met kennis, netwerken en sociale media. Dat is de nieuwe macht.” Transitie leidt in eerste instantie tot meer ongelijkheid. Bij veranderingen zijn er altijd mensen die profiteren en mensen die afhaken. Bij een kanteling als dit groeit de kloof tussen zij die meegaan en zij die niet meekomen. Zoals de groep 70- tot 100-jarigen. “Als wij niet voor de achterhoede gaan zorgen, krijgen we daar moeilijkheden mee. De voorhoede heeft de lusten, de achterhoede de lasten. De overheid heeft de rol om de sociale solidariteit te stimuleren.”
Platte organisaties en 3D-printers
Daarvoor hebben we toch burgerkracht, participatiesamenleving, en ‘de burger in positie brengen’? “Dat is klassiek denken. Het is een beweging van onderop. De mens moet weer centraal staan.” Voor geld, data, kennis, zorg, muziek, energie, films, verzekeringen, boeken, reizen en educatie zijn geen centrale systemen meer nodig. Zie bedrijven als Amazon en Google die ‘plat’, volledig horizontaal en digitaal georganiseerd zijn. “Wil je een winkel in stand houden, dan moet je daar de menselijke maat aan toevoegen. Zorg voor ontmoeting en persoonlijke aandacht. Dat zien we ook aan mensen die thuiswerken; ze missen na een paar jaar toch het contact met collega’s en zoeken dat weer op.”
Hij wil maar zeggen: “Het gaat gebeuren.” De consument van de toekomst kan van alles worden. Van ontwerper tot bouwer, van taxichauffeur tot hotelier. Hij wordt ‘prosument’. “Zelfs huizen worden al gebouwd met 3D-printers. Daarmee kunnen we weer unieke lokale producten maken. De printers kunnen zelfs zichzelf reproduceren. Daarna gaan de distributie en de opslag gaan over de kop.” Hij waarschuwt: “De bouw zegt nu nog, net als veel andere sectoren: ‘het zal zo’n vaart niet lopen, ik kan me niet voorstellen dat…’. Houd er maar rekening mee dat het gaat gebeuren.” 
Duurzaamheid en principes
In het rapport ‘Op weg naar een lerende economie’ staat dat Nederland niet is voorbereid op die ingrijpende toekomstige verandering. Zo verspillen we nu 90% van onze producten. “Het voordeel van dit nadeel is, dat het te kostbaar is. We gaan dus nadenken over duurzamer gebruik van grondstoffen. Het zal ons dwingen duurzamer te produceren.” Daar worden we volgens Rotmans niet ongelukkiger van, want “boven een bepaald welzijnsniveau neemt ons geluk niet meer toe”.
Ook Almere kan meer doen met haar ecologisch, menselijk, economisch en energiekapitaal. Kritische succesfactoren zijn: een holistische benadering (uitgaan van de menselijke maat en economie, milieu, onderwijs en zorg zien als deel van één geheel), inspirerend en vasthoudend leiderschap (dat kan ook een ondernemer of netwerk zijn), duurzaamheidsregels als houvast, slim mobiliseren van menselijk kapitaal en radicale keuzes voor goed in plaats van minder slecht. “Geef ruimte voor koplopers en het doorbreken van ingesleten patronen en belangen”.
Almere is de nieuwste stad van Nederland, maar mist volgens Rotmans een duidelijke identiteit. “Ik ben op zoek naar de ziel van de stad, maar die herken ik hier niet direct. Ik voel dat deze stad het resultaat is van de tekentafel. Ik pleit voor de herijking van de oude ordening, het creëren van nieuwe samenbindende principes. De Almere Principles zijn abstract, niet begrenzend, niet specifiek voor Almere en vooral economisch. De doorvertaling naar verschillende schaalniveaus ontbreekt. Mensen maken de stad, mensen maken de organisatie, maar waarom maken mensen de regels dan niet? Laat friskijkers en dwarsdenkers meekijken en -denken over een andere manier om de stad te organiseren. Vraag je af: wat voor stad willen wij zijn? Kloppen de uitgangspunten nog wel? Hoe worden wij aantrekkelijk voor mensen? Waar verdienen wij ons geld mee over twintig jaar? Vergroot je adaptief vermogen; zorg ervoor dat je zo flexibel bent dat je altijd mee kunt veranderen met je omgeving.” 
Dienend leiderschap gevraagd
Toch zegt hij dat “er geen stad in Nederland zo bezig is met het betrekken van haar burger bij de ontwikkeling van de stad als Almere.” Als uitdagingen ziet hij: werkgelegenheid en innovatie, de (eenzijdige) bevolkingssamenstelling, mobiliteit en het beheer van groen en water. “Gemeenten hebben een faciliterende rol. Zij geven richting door duidelijke ambitieuze kaders te stellen, te werken volgens heldere spelregels en het afstemmen van ontwikkelingen in de samenleving. Ze bieden ruimte voor innovatie, zowel mentaal als juridisch en organisatorisch, nemen belemmeringen weg en stimuleren ongedachte coalities. Dus: niet alles zelf willen organiseren, maar het mogelijk maken dat anderen het zelf kunnen organiseren.”


Hij besluit: “Wat we nodig hebben is authenticiteit; staan voor wat je zegt. Dat vraagt om persoonlijk en faciliterend leiderschap. Bezieling, vertrouwen, ruimte en visie. Dat zijn vrouwelijke eigenschappen. Als je ruimte wilt creëren, moet je dat realiseren. Plan het, neem die tijd, reflecteer. Stel jezelf en je eigen uitgangspunten ter discussie.”

Bernadet Timmer